Adventskalender - Phoenix Website Header (1920x500 px)

1 December

Yes, 1 december, daar gaan we!

Elke dag een grip op huidreacties tip, en vandaag de eerste.
Deze adventskalender gaat over grip op huidreacties. Maar wat zijn huidreacties nou eigenlijk?

Om hier een antwoord op te kunnen geven, raadplegen wij de literatuur. ChatGPT kan ons hiervoor veel werk uit handen nemen. Wij krijgen echter pas betrouwbare informatie als wij duidelijke instructies geven. Ik laat hieronder zien hoe ik dat doe.

Wij starten met een prompt (een opdracht) voor ChatGPT. Je kunt hem ook voor andere AI tools gebruiken, maar ik vind ChatGPT de beste resultaten hiervoor geven.Ik wil vandaag weten welke huidreacties beschreven staan. 

  1. Ik geeft ChatGPT altijd eerst een rol.
  2. Daarna wil ik weten wat hij kan vinden.
  3. Om te kunnen achterhalen of de bronnen waar hij uit put kloppen, vraag ik expliciet om deze bronnen te noemen. Die link die hij dan geeft volg ik dan ook.


Ik geef bijvoorbeeld de volgende prompt (opdracht):"Gedraag je als een hoogleraar oncologie die een presentatie gaat geven over huidreactie bij immuno en doelgerichte therapieën bij kanker. Zoek alleen op PubMed. Welke huidreacties bij immunotherapieën en doelgerichte therapieën zijn beschreven? Geef ook de bronnen weer."

Het antwoord dat ik kreeg:


Ik pak dit even zoals ik het zelf zou voorbereiden voor een refereeravond: eerst het raamwerk, daarna per klas therapieën de belangrijkste patronen, en afsluiten met een korte referentielijst die je zo in je slides kunt zetten.

1. Huidreacties bij immunotherapie

(vooral PD-1/PD-L1- en CTLA-4-remmers)

De meeste gegevens komen uit grote reviews en richtlijnen over cutaneous immune-related adverse events (cirAEs).PubMed+2PubMed+2

1.1 Veelvoorkomende inflammatoire huidreacties

  • Maculo-papuleus / morbilliform exantheem

    • Veruit de meest gerapporteerde huidreactie.

    • Vaak romp en proximale extremiteiten.

    • Treedt meestal op binnen 6 weken na start van de checkpointremmer.PubMed

  • Jeuk (pruritus)

    • Kan met of zonder zichtbaar exantheem voorkomen.

    • Soms het enige cutane irAE.PubMed+1

  • Eczemateus beeld

    • Atopiform of nummulair eczeem-achtig.

    • Vaak chronisch recidiverend, soms uitgebreid.PubMed

  • Lichenoïde erupties

    • Lichen planus-achtig, vaak ook op de mucosa.

    • Klinisch: violaceuze papels, soms hypertrofisch.

    • Histologisch: interface-dermatitis.PubMed+1

  • Psoriasiforme erupties / psoriasis-flare

    • Nieuwe psoriasis of opflakkering bestaande psoriasis.

    • Kan plaque-type, guttata of pustuleus zijn.PubMed+1

1.2 Auto-immuunachtige pigment- en blaarziekten

  • Vitiligo-achtig hypopigmentatiebeeld

    • Vooral bij melanoom, geassocieerd met respons in meerdere studies.PubMed+1

  • Bullous pemfigoïd (BP)-achtige erupties

    • Tense bullae op erythemateuze ondergrond, jeukend.

    • Soms voorafgegaan door niet-specifieke urticariële plaquen.PubMed+1

  • Lupus-achtige en dermatomyositis-achtige reacties

    • Cutaneous lupus (subacute of discoïd), soms met systemische verschijnselen.

    • Dermatomyositis-achtige rash met of zonder spierbetrokkenheid.PubMed+1

  • Sclerodermiforme en morfea-achtige beelden

    • Gelokaliseerde morfea, of gegeneraliseerde sclerodermie-achtige verharding.PubMed

1.3 Overige inflammatoire en vasculaire patronen

  • Neutrofiele dermatosen

    • Sweet-syndroom, neutrofiele panniculitis, pyoderma gangrenosum-achtige ulcera.PubMed+1

  • Vasculitis

    • Meestal leukocytoclastische vasculitis met purpura aan de benen.PubMed+1

  • Sarcoïdose-achtige huidafwijkingen

    • Papels, nodi of plaques met granulomateuze histologie.PubMed

1.4 Haar- en nagelafwijkingen

  • Alopecia areata / diffuus haarverlies

    • Patchy of diffuus; soms in combinatie met andere auto-immuun irAEs.PubMed

  • Poliosis / hypopigmentatie van haren

    • Wimpers, wenkbrauwen, scalp.PubMed

  • Nagelafwijkingen

    • Onycholyse, onychomadesis, longitudinale groeven of dystrofie, minder goed gekarakteriseerd dan bij EGFR-remmers.PubMed

1.5 Zeldzame maar ernstige cutane immuunreacties

  • DRESS (Drug Reaction with Eosinophilia and Systemic Symptoms)


  • Stevens-Johnson syndroom (SJS) en toxische epidermale necrolyse (TEN)


  • AGEP-achtige reacties (acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulose)

Deze worden in grote meta-analyses en in de MASCC-richtlijn expliciet genoemd, maar zijn zeldzaam (circa <1–2%).PubMed+2PubMed+2

2. Huidreacties bij doelgerichte therapieën

Hier gaat het om een heel spectrum van targeted agents: EGFR-remmers, BRAF/MEK-remmers, VEGF/VEGFR-TKIs, mTOR-remmers, enzovoort. Goede overzichten beschrijven een vrij consistent patroon per target.PMC+3PMC+3PMC+3

2.1 EGFR-remmers (cetuximab, panitumumab, erlotinib, gefitinib, afatinib, osimertinib, enz.)

  • Papulo-pustuleuze “acneiforme” rash

    • Folliculair gebonden papels en pustels, vooral gelaat, scalp, bovenste romp.

    • Kenmerkend klasse-effect van EGFR-remmers.PMC+1

  • Xerosis en asteatotische dermatitis

    • Droge, schilferende huid, rhagaden vooral aan handen en voeten.PMC+1

  • Paronychia en peri-unguale granuloma pyogenicum

    • Pijnlijke ontsteking rond nagelranden met granulatieweefsel.PMC+1

  • Haarafwijkingen

    • Trichomegalie van wimpers, hypertrichose gelaat, soms alopecia of kroeshaar.PMC+1

  • Teleangiëctasieën en erytheem in het gelaatPMC

  • Mucosale betrokkenheid

    • Cheilitis, stomatitis en mucositis, vaak samen met cutane toxiciteit.PMC

2.2 BRAF- en MEK-remmers

(vemurafenib, dabrafenib, encorafenib; trametinib, cobimetinib, binimetinib)

  • Exantheem / maculo-papuleuze rash

    • Vaak vroeg in de behandeling, soms uitgebreid.PMC+1


  • Fotosensitiviteit

    • Vooral met vemurafenib; ernstig zonverbrandingsrisico.PMC+1


  • Hyperkeratose en palmoplantaire keratodermiePMC+1

  • Cutane plaveiselcelcarcinomen en kerato-acanthomen

    • Goed beschreven “paradoxale” MAPK-activatie in niet-tumorweefsel.PMC+1

  • Benigne verruceuze en papillomateuze laesies

    • Verrucae-achtige papels, seborroïsche keratosen.PMC+1

  • Alopecia, pruritus en droge huidPMC+1

  • Panniculitis / erythema nodosum-achtig beeld (minder frequent).PubMed

2.3 VEGF/VEGFR-TKIs en andere multikinase-remmers

(sorafenib, sunitinib, regorafenib, cabozantinib, axitinib, pazopanib, enz.)

  • Hand-voet huidreactie (hand-foot skin reaction, HFSR)

    • Typisch voor deze klasse: pijnlijke, callusachtige hyperkeratotische plaques op drukpunten van handpalmen en voetzolen, vaak met erytheem en soms bullae.PMC+1

  • Xerosis en hyperkeratose elders op de huidPMC

  • Pigmentveranderingen huid en haren

    • Diffuse huid-hypopigmentatie en haarverkleuring of -vergrijzing.PMC

  • Subunguale splinterbloedingen en andere nagelafwijkingenPMC

  • Scrotale erytheem/ulceratie

    • Specifiek goed beschreven bij cabozantinib.PMC

2.4 mTOR-remmers

(everolimus, temsirolimus, ridaforolimus)

Hoewel de focus vaak ligt op orale toxiciteit (mTOR-inhibitor associated stomatitis), zijn er ook duidelijke cutane patronen:PMC+1

  • Rash / exantheem

    • Meestal mild tot matig, maculo-papuleus.

  • Acneiforme en folliculaire eruptiesTaylor & Francis Online

  • PruritusTaylor & Francis Online+1

  • Haar- en nagelveranderingen

    • Haaruitval of textuurverandering; nageldystrofie.Taylor & Francis Online

  • mTOR-inhibitor associated stomatitis (mIAS)

    • Geen huid maar wel belangrijk in de differentiaal: kleine, pijnlijke, aften-achtige ulcera op niet-gekeratiniseerde mucosa, met eigen scoringsschaal (Boers-Doets & Lalla).PMC

2.5 Overige doelgerichte middelen

In bredere targeted-therapie reviews komen daarnaast onder meer voor:PMC+1

  • Anti-HER2 (trastuzumab, pertuzumab, T-DM1, trastuzumab-deruxtecan)

    • Niet heel uitgesproken specifiek huidprofiel; vooral niet-specifieke rash en alopecia.

  • CDK4/6-remmers (palbociclib, ribociclib, abemaciclib)

    • Maculo-papuleuze rash, zelden ernstige SCARs.

  • Andere TKIs (imatinib, dasatinib, enz.)

    • Periorbitaal oedeem, urticariële rash, depigmentatie bij c-KIT remming, HFSR.

3. Selectie van PubMed-referenties die dit alles samenvatten

Immunotherapie – cutane irAEs

  1. Geisler AN et al. Immune checkpoint inhibitor-related dermatologic adverse events. J Am Acad Dermatol. 2020;83(5):1255-1268. PMID: 32454097.PubMed
  2. Nadelmann ER et al. Cutaneous immune-related adverse events from checkpoint inhibitors: a systematic review and meta-analysis. JAMA Oncol. 2022.PubMed
  3. Choi J et al. MASCC 2020 clinical practice recommendations for management of severe dermatological toxicities from checkpoint inhibitors. Support Care Cancer. 2020;28(12):6119-6128. PMID: 32856211.PubMed
  4. Chen TW et al. Spectrum and management of immune-related adverse events under PD-1/PD-L1 blockade. Curr Oncol. 2022.PubMed
  5. Du X et al. Association of immune-related cutaneous adverse events with efficacy of immune checkpoint inhibitors: meta-analysis. JAMA Dermatol. 2023.JAMA Network

Doelgerichte therapieën – cutane toxiciteit

  1. Urban K et al. Cutaneous adverse events from targeted cancer therapies: a review. J Am Acad Dermatol. 2013.PMC
  2. Zuo RC et al. Cutaneous adverse effects associated with the tyrosine kinase inhibitor cabozantinib. JAMA Dermatol. 2015;151(2):170-177. PMCID: PMC6776420.PMC
  3. Fabbrocini G et al. EGFR inhibitors and skin toxicities: a review. [PMC-artikel over papulopustuleuze rash, paronychia, haarveranderingen].PMC
  4. Gomez-Fernandez C et al. Risk of skin rash and stomatitis with mTOR inhibitors. Acta Oncol. 2012.PubMed
  5. Arena C et al. Stomatitis and everolimus: a review of current literature on 8201 patients. Onco Targets Ther. 2019;12:525-536. PMCID: PMC6862450.PMC

Als je wilt, kan ik in een volgende stap deze lijsten herstructureren in een tabel per middel (kolommen: klasse, typische huidreacties, tijd tot optreden, associatie met effectiviteit, implicaties voor dosisaanpassing) zodat je ze direct in je slides kunt plakken.



Tot hier het eerste antwoord van ChatGPT.

Opdracht voor vandaag:

  1. Kijk welke bijwerkingen jij herkend, welke nieuw voor jou zijn en welke jij mist.
  2. Voer dezelfde prompt in als die ik heb opgegeven en kijk wat jouw uitkomsten zijn. Die zijn meestal niet dezelfde as de mijne. Waarom niet, leg ik in de verdiepende module uit.
  3. Voer nu de promt nogmaals in, maar vervang nu 'hoogleraar oncologie' met 'patient'en vergelijk de uitkomsten met elkaar. Zie jij een verschil?

Ik ben benieuwd naar jouw uitkomsten. Als je ze met mij wilt delen: graag!


Christine